Besturen van het bedrijf | Organisatie, Management en Leiding | Middle management | Vitale organisaties | Kijk op bedrijf | Management begrippenlijst | Overig
Besturen van het bedrijf
Organisatie, Management en leiding
Middle management
Vitale organisaties
Kijk op bedrijf
Management begrippenlijst
 
HOME  -  OVER DE AUTEUR  -  SPANJE  -  LINKS  -  CONTACT  
   
 

Jan Heijnsdijk - Spanje

     
   

 

 

 

Een beetje Spaans …………………….

 

Aan de Costa Blanca kun je bijna overal met Engels of zelfs met Nederlands terecht.

Kom je echter buiten de toeristische gebieden, dan gaat de kennis van de Engelse taal al snel achteruit. Spanjaarden hebben dan de mentaliteit van: ‘Als je mijn taal niet spreekt heb jij - en niet ik - een probleem’.

 

Begroeten doe je elkaar met ‘buenos dias’ (met 5 verschillende klinkers). Na drie uur is ‘buenas tardes’ en na tien uur s’avonds ‘buenas noche’. Afscheid noemen kan met ‘adios’, maar hier aan de Costa Blanca is ‘hasta luejo’ (asta lueego) meer gebruikelijk. De aandacht van een ober trek je met ‘oiga!’.

 

Wij Hollanders drinken graag koffie. Gewoon koffie bestaat hier in Spanje niet.

Je vraagt een ‘cafe con leche’ (met melk), ‘americano’ (zwart) ‘cortado’ (kleine sterke kop), cappuccino (met opgeklopte melk) of een carrejillo (met een likeurtje erin).

Een biertje is una cerveza (servezza). Wil je er twee of meer dan is het dos, tres of quatro cervezas.

 

Ga je uit eten dan begint het menu met een ‘entrada’ (voorgerecht) en eindigt met een ‘postre’ (nagerecht). Kip is ‘pollo’ (spreek uit pojjo); vraag nooit om een pollo, want dat schrijf je hier als polo en dat betekent lul. Een beetje gek wanneer je bij de ober een halve pollo bestelt!

Vlees is ‘lomo’ of 'cerdo', maar wil je lamsvlees vraag dan om ‘cordero’; konijn (ook lekker hier) is conejo (coneego). Of houd je meer van ‘pescado’ (vis) of ‘paella’ (spreek uit:pa-e-ja)?

Aan het eind vraag je om de ‘la quenta por favor’ (kwenta); de rekening. Vraag niet om el quento, want dan vraag je om een verhaaltje.

Bij kleine dingen die je in een winkel afrekent vraag je ‘quanto vale?’ of ‘quanto costa’. En geld is ‘dinero’.

 

Wil je reserveren in een restaurant, zeg dan bijvoorbeeld ‘quero reservar por quatro personas a las ocho (otsjo)’. Ik wil voor vier personen reserveren om acht uur. Ze zullen dan ‘ tu nombre’ vragen (dat is je naam en niet je nummer). Of wanneer ze het zeker willen weten ‘Quantas personas’ (hoeveel personen) of ‘Que hora?’ (hoe laat).

 

Droomvilla te huur (ook voor groepen)

Vrienden van ons hebben een droomvilla te huur in Albir. Prachtig gelegen en luxe inrichting. Kijk eens op hun website www.casasimona.nl.

 

Een beetje Spanjaard ………………….

 

Spanjaarden zijn trots. Zeg hen nooit precies de waarheid wanneer die voor hen negatief is. Vooral Spaanse mannen zijn diep beledigd bij een reprimande, zeker met een vrouw erbij. Afspraken zijn er niet om na te komen. ‘Mañana’ is nog een zachte uitdrukking voor het gedrag van de Spanjaarden hier aan de Costa Blanca.

Als toerist merk je daar weinig van, maar koop je hier een huis dan moet je er aan wennen dat Spanje geen Noord-west Europa is.

 

Een paar tips:

 

Wees voorzichtig in het verkeer. De Spanjaard ziet zijn auto als een verlengstuk van zijn penis. Hij steekt hem altijd verder naar voren dan je denkt. De momenten dat je beter niet op de weg (N-332) kunt zitten is tegen tweeën en tegen vieren. Dan spoeden de werkmannen (obreros) zich naar de comida; dit twee uur durend middagmaal is heilig. Ze gaan dan niet naar huis, maar naar een restaurant waar al voor hen gedekt is met bier, wijn en cognac toe. Daarna spoeden ze zich als gekken richting de bouwplaats om daar nog wat te gaan doen (meestal met de nodige fouten en vergissingen). Tegen zevenen ’s avonds kun je beter ook niet op de weg zitten, want dan spoeden de obreros zich weer naar het café, met gevaar voor eigen leven. Iedereen moet dan wijken voor deze helden.

Houdt vooral op rotondes je hart en je stuur vast. Spanjaarden maken er een gewoonte van je links en rechts te passeren.

 

Koop je een huis op tekening hier en de promotor geeft je een oplevertijd, tel er dan minimaal een jaar bij op. Een Spanjaard kan je glashard beloven dat je huis volgende week klaar is, terwijl er nog geen paal in de grond staat. Wees nog voorzichtiger met de aankoop van een stuk grond om daar op te gaan bouwen. Wanneer je geen ‘escritura’ van de gemeente hebt en het bewijs dat de aansluiting voor water en elektra verzekerd is, reken er dan op dat je jarenlang met een generator en een watervat moet zien te overleven. Er zijn talloze voorbeelden daarvan; mensen verpieteren in riante villa’s. Ga er dus nooit (!!!) van uit dat de gemeente of de bouwer verantwoordelijk is voor jouw probleem.

Wanneer de bouwer je telefonisch of per e-mail meldt dat alles op schema ligt, geloof dit dan nooit. Ik heb dat wel gedaan totdat ikzelf ter plekke kwam kijken.

In je koopcontract staat dat bij late oplevering de bouwer rente moet betalen. Geen enkele bouwer heeft dit hier ooit gedaan. Ga naar een advocaat en hij zal je er van overtuigen dat vragen om die rente een nutteloze exercitie is. Denk er aan dat ook de advocaten meer geld verdienen aan de bouwers dan aan jou. Wiens brood men eet, diens …..

Reken zeker niet op de gemeente, want de burgemeester is de beste vriend van de bouwer.

Elke Nederlandse promotor (hebben we ervaren) weet dit, maar zal het nooit vertellen.

Zijn er na oplevering gebreken aan je huis, ga er dan niet van uit dat de bouwer die oplost. Slechts een enkele principiële doordouwer die hier permanent woont lukt het wel eens om (meestal met een advocaat) om nog enige nazorg te krijgen.Denk ook niet dat je voor oplevering met een lijstje van gebreken nog recht van spreken hebt. Ben je bij de notaris geweest, dan is het huis van jou; ook de gebreken. Logisch immers, jij hebt een probleem, de bouwer niet, die heeft zijn centen binnen.

 

Makelaars zijn er hier honderden. Dat zijn echter geen makelaars zoals in Nederland. Makelaars zijn hier huizenhandelaren en krijgen 5% van de verkoopprijs. Wanneer ze een stuk of 5 huizen verkopen in en jaar hebben ze een riant kantoor en dito leven. Ik  ken vele avonturiers (ook Hollandse) die hier makelaar zijn. Let dus goed op met wie je in zee gaat. Hebben ze API op hun visitekaartje, dan mag je er van uit gaan dat ze gecertificeerd zijn. Maar blijf oppassen! De Spaanse wet is anders dan in Holland. En vertrouw er niet op dat je eenvoudig via de rechter een gemaakte fout kunt terugdraaien. Zeker niet als je buitenlander bent. Een advocaat belooft je waarschijnlijk te kunnen helpen, maar voorkom liever een fout, want het lukt hem zelden of nooit. En in principe verliest een buitenlander voor de rechter altijd een zaak tegen een Spanjaard of Spaans bedrijf. Veel makelaars zijn net als de promotoren in Nederland: ze beloven veel tot je je handtekening hebt gezet, dan is het uit met de pret.

 

Reken er ook niet op dat alle notarissen net als in Holland zijn. Wij moesten bijvoorbeeld de notaris zwart betalen toen we ons huis kochten. Na ondertekening kun je binnen een maand of vier je officiële ‘escritura’ bij de notaris ophalen. Vraag dan geld terug. Je hebt namelijk al een paar honderd euro vooraf betaald voor kosten die de notaris maakt. Hij berekent dat ruim bij de ondertekening. Vraag je er niet naar een paar maanden later bij het afhalen van je ‘escritura’ dan herinnert menig notaris je niet aan jouw vordering.

 

Een beetje Nederlander ……………..

Aan de Costa Blanca zijn er veel Nederlanders die je op weg willen en kunnen helpen; vooral omdat je de taal en de weg niet kent. Reken er op dat je hun hulp in het algemeen erg duur betaalt. Dat geldt trouwens ook met Belgen voor Belgen en Engelsen voor Engelsen.

Dus heb je een klus in huis, lekt je afvoer, moet je wat verhuizen, wat huren of een N.I.E. nummer aanvragen check eerst bij iemand die je hier kent of ze iemand weten die betrouwbaar is. En spreek altijd een prijs van te voren af. Betaal nooit vooruit natuurlijk! Van je landgenoten moet je het hier in het algemeen niet hebben.

 

Een beetje informatie …………………..

 

Koop zo gauw je aan de Costa Blanca komt een ‘Hallo’; weekblad voor Nederlanders en Belgen.

Daarin staat alle informatie over festiviteiten , weekmarkten, ‘rastros’ (rommel- em antiekmarkten), huisartsen, apotheken, dierenartsen, restaurants enz.

Dan heb je de minimale informatie die je nodig hebt voor het geval je iets overkomt. Voor verloren of gestolen paspoorten e.d kun je terecht bij het Nederlands consulaat. Dit zit aan de weg tussen Benidorm en La Nucia bij een van de rotondes nadat je onder de snelweg door bent, het consulaat zit achter de bibliotheek in de wijk Caravana.

 

Let op je spullen ……………………..

 

Vooral op de drukke markten worden veel portemonnees gejat. Draag die dus nooit in je achterzak of een rugtas. Vlijmscherpe messen maken het rollers gemakkelijk. Let op: de zakkenrollers zien er normaal uit zoals jij en ik en dus niet altijd als zigeuners (wat sommigen denken).

Ook het moment dat mensen na een busreis van 20 uur uitstappen hier in Benidorm en wachten bij het uitladen van de bagage is een geliefd rolmoment.

Stop nooit voor een auto met pech langs de weg, met een zwaaiende meneer of dame ernaast en let ook op bij het inladen van je boodschappen op het parkeerterrein van de supermarkt.

 

Daar worden (vaak oudere) mensen een paar seconden afgeleid en alle waardepapieren zijn uit de auto.

 

 

Restaurants

 

Spanjaarden houden van goed eten.

Het wemelt dan ook van de restaurants, vooral aan de boulevards. Daar eten wij nooit, want in de restaurants aan de boulevards van Benidorm, Albir, Calpe, Moraira en Denia krijg je voor de dubbele prijs in het algemeen een slechte maaltijd. Doe daarom wat moeite, rij een stukje en ontdek de Spaanse sfeer tegen een belachelijk lage prijs.

 

Tip: Maak altijd een keuze van het ‘menu del dia’. Dan heb je keuze genoeg en een halve fles wijn per persoon toe tegen een lage prijs. Ga je buiten dit menu dan betaal je het dubbele.

 

De etenstijd in Spanje is wat anders dan bij ons.

De lunch (comida) is van twee tot vier uur ’s middags en het diner (cenar) vanaf acht uur s'avonds

 

 

Onze favorieten:

 

Albir
’Biblos’

Ideaal restaurant voor lunch. De Spaanse eigenaar vergast je in een gezellige omgeving op een viergangen lunch voor rond de 10 euro inclusief wijn.

Het restaurant ligt aan de hoofdstraat (Avenida d'Albir) naast het grote parkeerterrein aan je linkerhand wanneer je het dorp vanaf de N-332 binnen rijdt.

‘Ritz’

Voor een ontbijt, borrelsnack en prima biefstuk kun je terecht bij de restaurant/grand café de Ritz aan de boulevard van Albir. Het is een trefpunt voor veel Hollanders. Ruime keuze uit prima wijnen. Er worden regelmatig thema avonden gorganiseerd. De Ritz ligt aan de boulevard vlakbij de rotonde aan het strand richting Altea. De Ritz is de hele dag geopend.

Aan beide kanten van de Ritz zitten goede restaurants.  'El Tulipan Blau' (van Juan, die een beetje Nederlands spreekt) en 'Dos Lunas' (van Belgische Marita en Frank). Allebei hebben een prima menu voor rond de 16 euro. Probeer bij Juan de cordero (lamsbout) en bij Marita de salmon (zalmfilet).

‘La Tasca'

De beste (Hollandse) varkenshaas voor rond de 12 euro kun je hier eten. Mooi restaurant van Nederlandse eigenaars (Conny en Peter). Ze zitten op de hoek, naast restaurant 'It's a small world' tegenover het cricket veld in Albir. Wel reserveren: 96 686 7566

‘It´s a Small World’ 

Echt Hollands restaurant waar je een prima biefstuk kunt eten. Een van onze favorieten! Hier hebben ze uitstekende saté en salades.  Het restaurant ligt aan een rotonde aan de Boulevard ‘Los Musicos’ tegenover de driving range (cricket veld) in het centrum van Albir.

 Altea

‘La Costera’

Hier hebben ze prima fondue (kaas en vlees). Loop tegenover de C/Jaime I de trappen even op (naast restaurant Perro Negro) en dan zie je La Costera aan je rechterkant in een steegje. De keuken is Frans/Zwitsers

 

 'Els d' Artists'

Tegenover de kerk boven in Altea. Voortreffelijke internationale keuken, mooie menu's en eten op het terras. Ook is er altijd een lekker lunchmenu voor zo'n 15 euro.. Echt kwaliteit! Wel aardig aan de prijs.

Na afloop van je diner ‘s avonds kun je bij het kerkje genieten van een ontspannen atmosfeer. Neem een afzakkertje op een van de terrassen bij het kerkje. Sfeer en uitzicht zijn uniek.

 

 

Fornera

In het straatje van Ousto (Calle Mayor) aan het eind van de straat beneden aan je linkerhand. Italiaanse keuken en een leuke ambiance in een klein restaurant. Hier hebben ze een voortreffelijke eend (pato) die als biefstuk is bereid en in kleine slices op je bord komt met zeezout erop. Heerlijk. Vooraf bellen wanneer je cordero (lamsbout) wil (voor minimaal twee personen), geserveerd met aardappelpuree en almendras (amandelen) 

 

Bijzondere restaurants

 

‘Casa Pinet’  in Tarbena. Reastaurant is ingericht als communistisch museum. Eet hier de dagschotel met vino de la casa. Pinet zelf is eigenaar en nog een fervent communist. Bestel dus geen cafe americano. Hij heeft alleen maar cafe anti-americano. Neem de afslag E-7 bij Altea en ga na een paar honderd meter rechtsaf richting Callossa. Daar bij de fontein rechtsaf richting Tarbena. Aan het eind van het dorp (na een prachtige bergroute) linksaf en parkeren. Casa Pinet is aangebouwd tegen de katheraal. (alleen Spaanstalig)

 

‘Vend i Vert’

Unieke Spaanse vreetschuur in de bergen (Bernia). Open van 1 tot 5 uur. Wel reserveren, want de kok koopt in aan de hand van de reserveringen. Er is één menu (dus je hoeft niet te kiezen, behalve het vlees (daar is een keuze uit twee, maar ga voor de cordero). Er is live music (gitaarduo). Rij naar Jalon (Xalon), in de hoofdstraat staat er een afslag richting ‘Bernia’. Volg dan de weg door de bergen tot je links een boerenschuur ziet. Daar is het. Binnen wacht je een verrasing!  

 ‘El Tossal’

Hier (tel:96 587 1085) heb je een prima menu incl. wijn voor rond de 20 euro. Nederlandse zaak, regelmatig is er ook levende muziek. Het ligt aan de weg van Altea naar La Nucia (CV -760), 500 meter voorbij de rotonde het weggetje omhoog naar de urbanisatie El Tossal inslaan. 

 

‘Monroe´s’

Echt Engels restaurant in Moraira. Heerlijke ‘British’ lunch (carve menu). Het vlees wordt voor je gesneden en er is een ruime keus aan groente. Wanneer je Moraira uitrijdt richting Teulada richting N-332 vind je Monroe’s aan je rechterhand (even een stijl straatje in).

 

 

‘La Mesquita' in Beniarda

Dit restaurant (tel: 965 88 5500) moet je combineren met een bezoek aan Quadelest (absolute toeristische topattractie in de bergen). Na een bezoek aan het kasteel van Quadelest rijd je even richting Alcoy. De eerste afslag na het dorpje Benimantell (‘Beniarda’) ga je rechts in. Nog voor het dorp vind je het restaurant aan je linkerhand, net nadat je een boog boven de weg bent gepasseerd. (Spaanstalige bediening). Bestel daar altijd de (zes) 'tapas de la casa' als vooraf. Menu van rond de 12 euro alles inclusief.

 

'Obrer' in Benimantell (tel: 965 88 5088)

Absoluut top en Spaans/Valenciaans. Het  eerste dorpje na Quadelest richting Alcoy. Het restaurant ligt aan de hoofdweg door het dorp (het laatste gebouw aan je linkerhand). Ga hier voor de cordero al horno als hoofdgerecht. Je krijgt vijf voortreffelijke tapas de la casa vooraf. Menu's tot 25 euro inclusief wijn e.d. (alleen spaanstalige bediening).

 

 

Heb je iets te vieren en wil je op chique (dus niet in korte broek)?

In deze restaurants moet je rekenen op 30 euro of meer p.p. inclusief wijn.

 

‘Olive Tree’

Restaurant op niveau. Real British en culinair. Het restaurant ligt aan de kustweg tussen Moraira en Calpe. Kom je vanaf Moraira dan zie je na ongeveer 1 kilometer aan je rechterhand een groot bord ‘Steakhouse’. In dat straatje zit de ‘Olive Tree’ aan je rechterhand

Alleen `s avonds na 7 uur.

 

'Ousto'

Echt toprestaurant in het kleine straatje bij de kerk naar beneden (Calle Mayor). Idyllische omgeving en goede Europese keuken. Reken wel op 40 euro per persoon inclusief wijn. Het is het waard!

 

‘Puerto Blanco.’

Culinair restaurant in de vroegere vissershaven haven van Calpe. Belgische leiding. Ook een prima lunch. Kom je uit Alta over de N-332 dan ga je na de tunneltjes van Mascarat net voor Calpe (na ongeveer ½ km) rechtsaf. Het staat aangegeven op een bordje. Na wat gedraai door een urbanisatie kom je beneden aan de kust uit bij de oude haven.

 

‘Nuevo Alcazar’

Culinair toprestaurant met gastheer Christoffe en zijn echtgenote. Aan de weg van Benidorm naar LaNucia bij een van de rotondes (afslag ‘Panorama’). Internationale keuken in chique ambiance met prachtig buitenterras.

‘La Regata’

Aan het eind van de boulevard van Calpe richting Moraira; vlak achter hotel Esmeralda. Voortreffelijk Belgisch/Franse keuken met veel keuze. Alles prachtig opgemaakt en toch maar voor 17 euro per persoon. Probeer er eens de eend met port! Een pannekoekje met ijs toe; verrukkelijk!! Vriendelijk Nederlandstalige bediening. Een van onze favorieten.

 

De beste terrasjes voor een drankje en een hapje overdag zijn Coco Loco in Albir (aan het begin van de boulevard), Difference en de Opera in Altea, allebei vooraan de boulevard schuin tegenover de pier van de vissershaven waar je parkeert. Ze serveren heerlijke maaltijdsalades en goede koffie.

 

Verkenning

(Verslag van onze verkenningstocht aan de Costa Blanca)

  

Met de keuze voor de Costa Blanca waren we er nog niet. Nadat het besluit gevallen was brachten we avonden lang door met ANWB-gidsen op de knieeen en plukten alles over de Costa Blanca van internet. Ook bezochten we drie vakantiebeurzen om zveel mogelijk foldermateriaal te verzamelen over bouwprojecten. De Costa Blanca is heeft een kustlijn van 160 kilometer, die zich uitstrekt van Denia in het noorden tot voorbij Torreviega in het zuiden. Daarom was het nu tijd dit gebied te gaan verkennen. De volgende vakantie gingen we dan ook goed geinformeerd richting de Costa Blanca. We huurden twee weken een huis van een Nederlandse familie in La Nucia en twee weken een appartement in Benidorm.

 

Medio october arriveerden we in la Nucia. Een prachtige bungalow met zicht op zee en bergen wachtte daar op ons. Bij de VVV in Altea verzamelden we zoveel mogelijk folders over alle activiteiten aan dat deel van de Costa Banca en we kochten het Nedrlandtalige weekblad ‘Hallo’ dat naast Spaans, Belgisch en Nederlands nieuws informatie geeft over culturele en feestelijke gebeurtenissen en –niet te vergeten- activiteiten van alle mogelijke (nederlandstalige) verenigingen; biljartclubs, kaartclubs, computerclubs, Lions en Rotary, kerken, gastronomische gezelschappen. Daarnaast staat de ‘Hallo’ vol advertenties van Nederlandse huisartsen, medische specialisten in prima priveklinieken; wachtlijsten komen hier niet voor. Zelfs aan de oude dag is gedacht; Nederlandstalige bejaarden- en verzorgingstehuizen adverteren in de ‘Hallo’ en de AWBZ-verzekering uit Nederland is hier ook geldig. Hoewel ik me nog te jong voel voor een bejaarden- of verzorgingstehuis lijkt het me toch leuker om hier aan de Costa Blanca in zo’n instelling je leven af te sluiten dan in Nederland, waar je niet verder komt dan de recreatiezaal. Hier worden de bejaarden die nog enigszins mobiel zijn met busjes naar de boulevard gebracht, waar ze kunnen flaneren, een hapje eten en zelfs een dansje plegen tussen vier en zes uur in café´s aan de Playa Levante in Benidorm. Kortom, onze eerste indruk is positief. Tijd dus voor een nadere verkenning.

 

We beginnen onze speurtocht in het Noorden. We rijden via de tolweg E7 tot Denia om daarna via de kustweg N-332 af te zakken naar Calpe. Denia en ook het nabijgelegen Javea waren al populaire vestigingsplaatsen voor West-Europese pensionados in de 70-er en 80er jaren van de vorige eeuw. Het gevolg daarvan is –zo bleek op menig terrasje- dat hier veel echt oude mensen in veel te ruim bemeten huizen (zeg maar villa’s) wonen. Bovendien hoorden we op menig terrasje zeurderige types, die ook nog vaak Duitstalig waren. Je vraagt je af wat mensen hier doen als ze alleen maar klagen en ‘thuis’ of ‘zuhause’ alles beter is. In de namiddag komen we aan in Moraira; een stadje dat je gelijk omarmt. We gnieten van een werkelijk culinaire maaltijd in restaurant ……, dat eigendom blijkt te zijn van twee uiterst klantvriendelijke Nederlanders, die ons al jaren geleden voorgingen richting de Costa Blanca. Gezien hun gezonde huidskleur en goed gevulde maagstreek heeft een verblijf van vele jaren aan de Costa Blanca hen geen kwaad gedaan. Tegen het eind van de middag bereiken we via een indrukwekkende kustweg Calpe. Deze plaats heeft een prachtig kilometerslang zandstand; prachtig tegen de heuvels gesitueerde bungalows die in de verte uitkijken op een snel groeiend Calpe. Onze research op de terrasjes heeft als resultaat dat Calpe sterk Belgisch (café ‘Antwerpen’) en Duits (Wie mochten Sie ihre Kafee?’). Bovendien blijkt Calpe naast Benidorm de enige plaats aan de Costa Blanca die in de lucht bouwt; in alle andere plaatsen mag niet hoger gebouwd worden dan vier woonverdiepingen. In tegenstelling tot Denia  en Moraira ziet Calpe er vies uit. Blijkbaar plassen en poepen de honden er hier lustig op los. Elke hoek van een gebouw op straatniveau toont dat honden op die plek het niet kunnen laten hun poot in de hoogte te doen met de bekende straal tegen de muur tot gevolg. En natuurlijk is je nek breken tijdens een uitglijder over een hondendrol een wel erg roemloos einde van een pensionado. Calpe valt dus direct af, maar gelukkig heeft deze zoektocht een stipnotering opgeleverd voor Moraira; daar moeten we nog een keer heen.

 

De volgende dag rijden we via de E7 via Murcia naar het meest zuidelijke punt van de Costa Blanca.Vandaar nemen we de kustweg N-332 naar Allicante. Wat hier als eerste opvalt zijn de honderden bouwkranen, die over een strook van zo’n 50 kilometer kust duizenden woningen en appartementen hun bijdrage leveren aan de kooplust van de West-Europeanen. In Torrevieja en Villamartin zijn en worden wijken (vaak rijtjeshuizen) uit de grond gestampt ter grootte van een flinke Nederlandse provinciestad. Om deze mierenhopen toch nog enigszins aantrekkelijk te maken is er altijd een golfbaan in de buurt. Blijkbaar gaat het hier een stuk vlotter met bouwvergunningen dan in Nederland. Opvallend is het grote aantal buitenlandse arbeidskrachten (obreros) op de bouwplaatsen. Dit komt niet alleen door de enorme stijging van bouwactiviteiten, maar ook door het jarenlang extreem lage geboortecijfer in Spanje. R zijn gewoon mensen te weinig om al het werk te doen, waardoor –net als in Nederland in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw buitenlanders het werk opknappen dat vuile handen veroorzaakt. Dit tekort aan arbeidskrachten zal door het nog steeds lage geboortecijfer alleen nog maar toenemen. Bedrijven aan de Costa Blanca maken dan ook gretig gebruik van legaal en illegaal instromende mensen uit vooral Noord Afrika en Oost-Europa om tegen een hongerloon kunsten te vertonen, die ze niet of nauwelijks beheersen.

 

We nemen halverwege pauze in Torrevieja; een plaats die in vijf jaar van een klein vissersplaatsje is uitgegroeid tot een vakantiecentrum met duizenden -meestal leegstaande- huizen. Het Russisch, Bulgaars en Roemeens zijn hier talen die op menig terras al aardig ingeburgerd. Een wat cynische Zweed die we treffen op een terrasje zegt ons dat restaurant ‘Troika’ aan de haven van Torrevieja het veiligste restaurant is in de buurt. Het is eigendom van Russen en hier eet de oost Europese maffia, zodat de kans dat dit restaurant ooit zal worden overvallen vrijwel nul is. Nog enigszins verbouwereerd van deze lugubere opmerking vervolgen we de N-332. Guardamar heeft een mooi zandstrand, maar is niet meer dan een groot aantal neergeplante apparementscomplexen. Ook Rojales rijden we snel uit; zelfs het feit dat hier de schrijfster Mona (van de rubriek ‘Vraag het aan Mona’ uit de Story en de in de vergetelheid geraakte musicus/zanger Gert Timmermans (‘Alle duiven op de dam’) hier met een nieuwe Hermien schijnt te resideren kan ons niet overhalen langer in Rojales te blijven. We passeren maar snel Santa Pola, want daar is een paar weken daarvoor een ETA-autobom afgegaan met dodelijke afloop. Een ding is duidelijk; we moeten niets kopen ten zuiden van Allicante, hoewel de prijzen van woningen er ongeveer de helft lager zijn dan in het noordelijk deel van de Costa Blanca. Het hele gebied is vlak, maar ik ben niet van plan om hier te gaan fietsen. De enige attracties zijn de zoutmeren met de daaraan grenzende natuurgebieden met vogelbroedplaatsen. Maar ik kijk liever vanachter mijn zonnebril de sociale en ook wel fysieke zaken die zich op het strand afspelen, dan dat ik urenlang door een verrekijker tuur in afwachting van de paring van een roodstaartpieriwiet. En de vele bewegingsloos op een poot staande flamingo’s in de zoumeren doen mijn hart ook al niet sneller slaan. Dus rijden we snel terug naar La Nucia en gaan uit eten aan de boulevard van het vlakbij gelegen Altea in restaurant ‘Ole Ole’ (Spaanser kan het niet).

 

De volgende dag blijven we in de buurt en verkennen de kuststrook tussen Altea en Allicante. Altea valt al direct in de prijzen. Het blijkt de culturele hoofdstad van de Costa Blanca te zijn met veel optredens in het prachtige Palau de Altea. Een soort Stopera, waar zowel het filharmonisch orkest van Moskou, het Spaanse nationaal Danstheater als Julio Iglesias optreden. Bovendien is de oude hoog gelegen binnenstad van Altea (De casa Antigua) een centrum van moderne beeldende en schilderkunst. Het is er ook s’ avonds goed toeven in de vele bars en restaurants in de pitoreske steegjes die omhoog lopen richting de hoog gelegen kerk en dorpsplein. Via de N-332 rijden we naar Albir; een vriendelijk dorpje aan de kust met veel Nederlanders en Skandinaviers. Een prachtige wandelboulevard met een walk of fame (van namen die mij overigens volledig onbekend voorkomen) en talloze resaturantjes geven Albir een gezellige wat dorpse uitstraling. Dat laatste trekt ons beide erg aan. Weer vijf minuten rijden over de N-332 brengt ons aan het playa Levante in Benidorm. We komen er net aan op het moment dat ‘oudjes’ gegroepeerd met ochtendgymnastiek beoefenen en zich daarna met ware doodsverachting (het is al half october!) in zee storten. De wandelboulevard is gezellig druk met jonge en oude ouderen, waartussen zich af en toe ook nog een gezinnetje met nog niet school gaande kinderen een weg baant. De voertaal is hier Engels; meer dan 60% van alle toeristen en overwinteraars blijkt British te zijn. Gezien de vaak weelderig aanwezige tatoeages op de weliswaar gebruinde maar rimpelende, is het zeker niet allemaal upper class wat hier rondloopt. Maar ook de Nederlanders zijn goed vertegenwoordigd. Vaak overwinteren ze op de vele campings rond Benidorm. De boulevard maakt in deze tijd van het najaar een gezellige indruk en wat me het meest verrast is dat het nog prima toeven is op het strand. Hier liggen de West Europese oma’s en opa’s in badkleding aan het strand, terwijl hun collega’s in West Europa chagrijnig de weerberichten volgen om te zien of ze de volgende dag buiten kunnen komen zonder gelijk gevloerd te worden door een verkoudheid met bijhorende natte loopneus. Na Benidorm gaan we verder zuidwaarts, maar Villajoyosa en Castellon vallen af vanwege de massaliteit waarmee hier gebouwd wordt. De prijzen van woningen zijn er aantrekkelijk, maar het zijn plaatsen zonder een hart en in deze tijd van het jaar leeg en verlaten.

 

Na een paar dagen rust verkennen we het binnenland en komen tot de conclusie dat daar tussen Benidorm en Moraira niets mis mee is. Prachtige vergezichten doemen op in het achterland, plaatsen als Quadelest, Polop, Alcoy en Castells doen alle plaatsen in het achterland van de Franse Rivièra (Sint Paul de Vence en Grimaud) verbleken. En wat misschien nog belangrijker is, hier een 10 tot 20-tal kilometers van de kust zijn er echt Spaanse restaurantjes waar je tegen een redelijke prijs je vingers mee dreigt op te eten bij de geserveerd paella, konijn of lamsbout. Voor tien euro is je maag gevuld, heb je net niet teveel wijn op om de weg terug door de bergen te nemen en als je geluk hebt heeft de eigenaar je ook nog vergast op een accordeonconcert.

 

WANDELEN

Het gebied tussen Alfaz del Pi en Denia een lustoord voor wandelliefhebbers. Bij de Hallo-boekwinkel kun je een boekje kopen waarin zo'n 30 routes zijn beschreven. De meeste duren tussen de twee en vier uur en er zitten altijd wat heuvels in. Een prachtige route voert je rond het stuwmeer van Quadelest. Parkeer daarvoor in Beniarda (bij La Mesquita) en loop het meer helemaal rond. Een kleine drie uur met een lastig slotklimmetje. Daarna eten bij La Mesquita natuurlijk (menu voor 12 euro inclusief wijn en muscatelwijn toe bij de koffie zoveel je wilt).

 

Rond Fleix (achter het Jalondal en Orba) zijn er verschillende mooie routes. Ook één met meer dan duizend treden, wat vroeger een ezelpad was om de oogst naar boven te vervoeren. Die leidt naar een droge rivierbedding, waar je fossielen kunt vinden.

Ook in de Bernia en Pinos zijn er mooie (berg)routes. De Berniaroute is tamelijk eenvoudig en begint en eindigt bij restaurant casa Bernia (waar ze na afloop lamsvlees serveren dat in de open haard is gegrilld). De route gaat naar de top van de Bernia (en terug) met uitzicht tot Alicante. Het is ook mogelijk om de hele Bernia route te doen, maar reken dan op acht uur en eten meenemen. De Pinosroute start achter restaurant Pinos (Maria is de kokkin op houtvuur). Na afloop kun je gelijk aanvallen aan konijn of cordero. Wel vooraf reserveren en zeggen dat je kiest voor konijn (conejo), lamsvlees (cordero) of gewoon vlees (cerdo).

 

·Home
·Over de auteur
·Spanje
·Links
·Contact